Benigne betekent ‘goedaardig/ongevaarlijk’ en paroxysmaal staat voor ‘ïn aanvallen optredend’. Patiënten met BPPD hebben dus klachten van een in aanvallen optredende, positieafhankelijke (= houdingsafhankelijke), goedaardige duizeligheid. BPPD komt vaak voor en is over het algemeen goed te behandelen.

 

Wat zijn de klachten?

Patiënten met BPPD hebben last van draaiduizeligheid (of ervaren een draaisensatie) die ontstaat na het maken van een specifieke beweging van het hoofd, bijvoorbeeld bij omdraaien in bed of omhoog kijken. Hoe sneller het hoofd wordt bewogen, hoe heviger de klachten. De klachten houden gewoonlijk niet langer dan één minuut aan. Sommige patiënten zijn gedurende de duizeligheid ook misselijk of moeten braken.

 

De oorzaak

BPPD wordt veroorzaakt door een stoornis van het evenwichtsorgaan. In het evenwichtsorgaan bevinden zich kristallen. Bij patiënten met BPPD zijn deze kristallen losgeraakt en hebben zich verplaatst naar een andere plek in de halfcirkelvormige kanalen in het evenwichtsorgaan dan waar ze horen. Bij bewegen van het hoofd bewegen de kristallen mee met de vloeistofstroom in de halfcirkelvormige kanalen. Dit leidt tot prikkeling van het evenwichtsorgaan; wanneer kristallen niet op de goede plaats liggen, kan dit leiden tot klachten van duizeligheid.

 

Het loslaten van de kristallen treedt vaak spontaan op, zonder dat er sprake is van een aanwijsbare onderliggende oorzaak. Soms is er sprake van een voorafgaand hoofdtrauma, een (chronische) oorontsteking of een periode van bedlegerigheid. BPPD komt vooral voor bij mensen ouder dan vijftig jaar.

 

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt gesteld in de spreekkamer aan de hand van de klachten en de bevindingen bij lichamelijk onderzoek. Uw KNO-arts kan de klachten opwekken met een zogenaamde provocatietest. Indien de diagnose gesteld is, is verder aanvullend onderzoek niet nodig.

 

Behandeling

BPPD is over het algemeen goed te behandelen. Uw KNO-arts kan een Epley-manoeuvre uitvoeren waarbij getracht wordt de kristallen weer op de goede plaats in het evenwichtsorgaan te krijgen. De duizeligheid kan ook verminderen of verdwijnen door de hoofdbewegingen die de klachten oproepen, een aantal malen te herhalen. Vaak verdwijnen de klachten met deze oefeningen binnen ongeveer tien dagen. Bij een deel van de patiënten komen de klachten later weer terug.

 

Bron: Vijf Meren Kliniek / www.kno.nl

Versie 2020